Circulair

Een duurzame en circulaire benadering van (her)inrichtingsprojecten is een belangrijk en relevant thema binnen onze ontwerpopgaven. Het begint bij het formulering van de juiste uitgangspunten, eerlijk zijn in de kansen en mogelijkheden die een project biedt en vasthoudend zijn in de doorvoering ervan.

We werken aan een eigen model voor de manier waarop we binnen OdV interieurarchitecten invulling geven aan duurzaamheid en circulariteit, waarbij we gebruik maken van het R model van de circulaire economie. De nu volgende opsomming is overgenomen van de de blog van Jolanda Kwakman op de website 'over circulair'. We gaan op korte termijn voor iedere R aangeven op welke wijze we er invulling en uitvoering aan geven.

het R model van de circulaire economie als basis

Refuse - We kunnen ook besluiten dingen niet meer te maken of te kopen omdat ze lastig duurzaam zijn te maken en we ze eigenlijk toch niet echt nodig hebben. Dit ligt een beetje in het verlengde van Rethink.

Rethink - De R van Rethink heeft alles te maken met bewustzijn. De vertaling van Rethink is heroverwegen. Denk, als organisatie, nog eens goed na over je organisatie, processen en producten, onderzoek of er mogelijkheden zijn in de richting naar meer circulair ondernemen. Consumenten zouden nog eens goed na kunnen denken of zij bepaalde producten eigenlijk wel echt nodig hebben.

Re-design - Herontwerpen. We kunnen producten anders gaan ontwerpen waardoor ze beter geschikt worden voor circulair gebruik. Dit ligt in het verlengde van Repair waar producten om goed gerepareerd te kunnen worden soms anders ontworpen moeten worden.

Replace - Substitutie. Het proberen te vervangen van conventionele grondstoffen door duurzame en mogelijk biobased grondstoffen. Zo is de mogelijkheid aangetoond dat je van aardappelschillen vliegtuigbrandstof kunt
maken. Een Australische universiteit heeft een manier gevonden om resten van bananen om te zetten in een recyclebaar bioplastic. Bietenpulp kan toegepast worden in (vaat)wasmiddelen en in de productie van leer.

Reduce - Een organisatie kan nadenken over het verminderen van materiaalgebruik door producten ‘lean’ of met minder onderdelen te ontwerpen. Ze kunnen proberen de levensduur van de producten te verlengen. Consumenten kunnen proberen minder te verbruiken door bijvoorbeeld zuiniger te zijn met stroom, papier of shampoo.

Reuse - Hergebruik producten door ze in hun oorspronkelijke (of gewijzigde) vorm over te dragen aan een andere gebruiker. Dit geldt zowel voor organisaties als voor consumenten. De kringloopwinkels zijn hier een goed voorbeeld van.

Repair - Repareer onderdelen en componenten zodat producten langer zijn te gebruiken door eenzelfde gebruiker. Organisaties kunnen reparatie-afdelingen opzetten. Consumenten kunnen proberen het apparaat zelf te repareren, maar kunnen vaak ook terecht bij een Repair-café.

Refurbish - Renoveer als organisatie je producten door defecte componenten en onderdelen te vervangen door nieuwe. Je kunt het product daarbij upgraden en updaten.

Remanufacture - hier ligt een klein verschil met Refurbish. Bij Remanufacture wordt het gehele product opnieuw gemaakt met ‘tweedehands’ grondstoffen en onderdelen.

Re-purpose - Het zoeken van een ander doel voor een product. Producten of onderdelen kunnen wellicht anders aangewend worden dan waar ze oorspronkelijk voor bedoeld waren. Van hout dat vrijkomt uit de bouw kunnen bijvoorbeeld tafels worden gemaakt.

Recycle - Recycle materialen door het demonteren van componenten en het scheiden van onderdelen. Consumenten kunnen hier een bijdrage aan leveren door afval gescheiden in te leveren en oude apparaten in te leveren bij het recyclepunt in je gemeente.

Re-mine - In producten zoals telefoons en tablets zitten veel kostbare materialen zoals Kobalt. Deze producten kunnen teruggewonnen worden en weer worden gebruikt. Ook hier is het belangrijk dat consumenten deze telefoons en tablets weer inleveren wanneer ze niet meer gebruikt worden.

Recover - Herwin waar mogelijk eventueel ingebedde energie uit nietrecyclebaar afval. De warmte die vrijkomt bij het verbranden van afval kan weer worden gebruikt om elektriciteit op te wekken of huizen te verwarmen.